Snotterend, hoestend, proestend, snuitend en koortsend. Zo breng ik mijn dagen door, op de bank of in bed. Alleen ’s morgens ga ik even naar buiten om vitamientjes op te vangen. En de hond uit te laten.

Ik heb een hekel aan de winter, die kou, die gladheid, die ongemakken. Toch moet ik er elk jaar weer doorheen, maar dit jaar duurt ie wel heel lang.
Dan is ziek zijn eigenlijk helemaal niet zo erg. Lekker in huis blijven tot de lente zich meldt. Oh jee, ik voel een nieuwe nies aankomen, ik ben nog lang niet beter.

Daar vertoef ik, vijf dagen later, nog steeds. Huisgenoot M. is ondertussen alweer op de been en gelijk de hort op. Daar lig ik dan, met als enige gezelschap poes Floris. Wie smeert vandaag mijn boterhammetjes en wie zet vandaag kopjes thee met honing naast mijn bed. Wie gaat vandaag naar de Hema om nieuwe zakdoekjes te kopen. Graag die met menthol, want die snuiten het fijnst. Iemand?