Als ik ’s ochtends vroeg mijn jonge hondje de tuin in laat, is het gras nat aan mijn voeten en ril ik van de morgenkou. Brrr, het wordt herfst. Maar als een paar uur later de zon de dag weer opgewarmd heeft, lijkt het alsof de lange, hete zomer nog lang niet ten einde is. De wind voelt zo warm als de Franse mistral, de was is in een mum van tijd droog.
De appelbomen laten hun appels vallen, de walnoten houden zich nog krampachtig vast aan hun boom. In het dorp zijn twee nieuwe geiten komen wonen, met vrolijk gemekker begroeten ze elke voorbijganger. Op de aanlegsteiger bij het maar heeft zich een grote ganzenfamilie gevestigd, vier ouders en vijf kinderen. Het lijkt wel voorjaar.
Verwarrend vind ik het, alsof de seizoenen het zelf ook niet meer helemaal weten.
Haar jong, die het nog moet doen met een beginnend kroontje, kijkt nieuwsgierig toe. “Waarom heb je dat gedaan, mama”? “Omdat jullie moeten leren dat je, als je bij de buurvrouw op bezoek gaat, op je pauwbest voor de dag moet komen”.
Vandaag hebben we iets nieuws uitgeprobeerd. Het baasje is voor de gezelligheid ook op het vloerkleed gaan zitten. Benthe zag haar kans schoon. Maar de baas moest wel haar pootjes vasthouden, want in haar eentje liggen vindt ze nog een klein beetje moeilijk.

