De kussentjes van Teun

Hoe leert een jonge poes dat een houtkachel heet is? Door er bovenop te springen. Je kunt nog zo waarschuwen: doe het niet; kijk uit; het is bloedje heet, maar het is aan dovekatsoren gericht. Vanaf de schoorsteenmantel sprong Teun via de kachel op de grond. Hij schrok zich rot, wist niet hoe snel hij weg moest komen, rechtervoorpootje hoog opgetrokken vluchtte hij de keuken in.

De baasjes wisten niet hoe snel ze hem moesten troosten en vooral hoe ze het pootje konden koelen. Gelukkig regende het en kon hij buiten zijn geschroeide kussentjes in een plas afblussen. Waarna hij op de bank onder een zacht dekentje in een diepe slaap viel. De baasjes hebben hem een paar dagen extra verwend en de natuur haar werk laten doen. Zelfs hond Benthe deed een duitje in het zakje door zijn pootje dagelijks schoon te likken.

De kussentjes zijn goed aan het helen. Teun is inmiddels weer de oude, brengt de baasjes muizen als bedankje voor de goede zorgen en mijdt de houtkachel. Maar van op de bank slapen onder een warm dekentje krijgt hij geen genoeg. ‘Beetje uitzieken’ noemt hij het.

Kleinzoon

Ik ben nog nooit bij een ijshockeywedstrijd geweest, maar als bonus-oma van een kleinzoon van 13 is dit mijn kans. Hij moet spelen in Groningen, ver weg van zijn eigen woonplaats, maar dicht bij de mijne.

Het lijkt me een koude bedoeling zo’n ijshal en dat is het ook. Het handjevol ouders en grootouders is bij lange na niet voldoende om de hal te verwarmen. Een dikke jas, sjaal, handschoenen, en hete chocolademelk doen wonderen.

Zijn vader legt me de regels uit, ze zijn zo ingewikkeld dat ik ze gelijk weer vergeet. Ik doe wel zonder. Bovendien heb ik al mijn aandacht nodig om kleinzoon te herkennen, temidden van die twaalf over het ijs krioelende mensjes verstopt in ijshockeypakken.

De wedstrijd is spannend en razendsnel. De strijd gaat gelijk op, ook al bestaat het thuisspelende team uit iets oudere spelers. Ze beuken tegen de boarding, maken noodstops, vallen en staan weer op. Ik schreeuw mijn keel schor.

Kleinzoon houdt zich dapper staande en is de tegenstander regelmatig te snel af. Dat belooft nog wat. Zijn team verliest uiteindelijk, maar dat mag mijn pret niet drukken. Ik heb hem zien spelen, dat was voor mij genoeg.

Voor T.

Bescheiden

Een goeie vriendin is op zoek naar nieuwe woonruimte. Ik bied aan haar te helpen zoeken. ‘Er is toch niets te vinden’ sombert ze. “Oh, maar dan ken je mij nog niet, als ik me ergens in vastbijt laat ik niet meer los”.

Ze wil een benedenwoning. Die zijn schaars, ontdek ik al snel, maar ze zijn er wel. Ik speur dagelijks internet af en stuur linkjes naar haar door. “Kijk hier eens naar, zoek je zoiets?” Ze wikt en weegt, haar woonwenzen worden steeds concreter.

‘Vind je dit echt leuk om te doen?’ checkt ze regelmatig met ongeloof in haar stem. Ik beaam het: “als je iets echt heel graag wil en ervoor gaat lukt het vaak, is mijn ervaring. En hoe gaaf zou het zijn als je kunt verhuizen?”

Gisteren was het zover. Ze heeft een woning gevonden. Nou ja, ik eigenlijk, maar het is niet aan mij om daarmee te pronken. Al zou ik dat best wel mogen doen, want dankzij mijn volhardendheid is het heel snel gelukt. Maar daar poch ik niet over, want daar ben ik te bescheiden voor. En dat siert me, al zeg ik het zelf.

Voor R.

Vakantiebaantje

Ik zei spontaan ja, toen me gevraagd werd een weekje de krant rond te brengen. De vaste bezorger ging met zijn ouders op vakantie en er was in het hele dorp geen jongere te vinden die het even over wou nemen. Toen kwamen ze bij mij uit, een oudje.

Vroeg opstaan is geen punt, dat doe ik zowiezo al. Zo vroeg de deur uit is andere koek. Mijn dag begint altijd met mijn ochtendritueel: kopje thee, poes op schoot en krantje lezen. Maar nu moest ik eerst die krant bij mezelf bezorgen.

Zuchtend en kreunend vertrok ik op de fiets. Tot ik om me heen keek en de ochtendluchten zag. Dat maakte veel goed.

Het weekje is voorbij. De bezorger, jong van lijf en leden, is weer terug op zijn vroege post. En ik ben weer de pensionado die blij is als de krant op de deurmat valt.

Herinneringen

Hij loopt krommer, zijn voeten sloffen, zijn benen zijn dunner. Zonder rollator wankelt hij als een rietje in de wind. Zijn spaarzame grijze haren staan wijduit, zijn gebit is helemaal uit.

Hij is bijna een jaar weduwnaar en hij is nog niet klaar. De orchideeën moeten nog verzorgd, de tuin nog bijgehouden en de NRC gespeld. Alleen dat laatste kan hij zelf, de rest doen zijn kinderen.

Een kleinzoon komt langs. Hij leeft op en wil alles van hem weten. Maar zonder gebit blijven de woorden vaak steken en is het raden naar wat hij zegt. Kleinzoon laat hem liefdevol in zijn waarde.

Heden en verleden lopen steeds meer door elkaar, gedachtensprongen zijn niet altijd te volgen, tranen liggen op de loer na 67 jaar samen zijn en nu alleen. Maar hij houdt vol. Want nu leeft hij nog tussen de herinneringen aan zijn vrouw.