Benthe’s 3e verjaardag

De baasjes hebben vanochtend voor me gezongen. Daarna kreeg ik een speciaal verjaardagsbot: runderhuid met kip eromheen. Ik mocht het zelf uit de verpakking halen, dat mag ik anders niet. Ik heb nog nooit zo’n raar bot gezien. Een bot hoort wit te zijn, deze is helemaal vergeeld. Ik doe alsof ik er blij mee ben en sleep het naar mijn mand. Ook een gegeven bot mag je niet in de bek kijken.

Mijn baasjes bedoelen het goed, ze hebben zelfs slingers opgehangen en ballonnen met een 3 erop. Ik wil ze niet teleurstellen, ze doen zo hun best. Ik heb de liefste baasjes van de wereld, maar voor mijn 4e verjaardag wil ik graag weer een gewoon bot. Niet tegen ze zeggen hoor.

Op de rand van water en land

Gisteren was ik eindelijk weer eens aan het strand. Met hond Benthe langs de vloedlijn rennen. Met blote voeten in de branding staan en voelen hoe het water zich terugtrekt van de kust. Het mengsel van zand en water kriebelt tussen mijn tenen, een gevoel dat me terugbrengt in de tijd.

Zandvoort was het strand van mijn jeugd. Schelpen verzamelen, kuilen maken, badmintonnen en zwemmen in zee. Behalve bij aflandige wind, want dan waren er kwallen. Kilometers langs de vloedlijn lopen, met de wind in mijn gezicht en het zout op mijn lippen. En dan roodverbrand weer naar huis.

Later, als volwassene, wandelde ik er vaak met mijn vader en namen we het leven door. Gesprekken die alleen gevoerd konden worden op de rand van water en land, met de wind in de rug en de blik op oneindig.

Vandaag zou hij honderd zijn geworden.

Zielsalleen

Sinds kort ben ik lid van een patiëntenvereniging. Nu ik chronisch oogpatiënt ben leek me dat een goeie stap. Als welkom ontving ik een uitgebreid informatiepakket én een telefoontje van het belteam. Ik was blij verrast met deze persoonlijke aanpak, nu kon ik al mijn vragen kwijt en kon ik gelijk kennismaken met een lotgenoot.

Het was een prettig gesprek tot ik vertelde dat ik nog 60% (vervormd) zicht heb in mijn zieke oog. ‘Zóvéél!, maar dan bent u helemaal niet slechtziend’ was de reactie. Ik schrok en voelde me als een kind dat betrapt wordt op een leugen. Is wat ik heb te onbeduidend om me oogpatiënt te mogen noemen? Moest ik me schamen? Toen ik vervolgens de vraag ‘kunt u nog autorijden’ bevestigend beantwoordde, was mijn afgang compleet.

Als troost was ik toch welkom bij de club, want ‘elk lid is er één’. Ik heb bedankt. Nu zit ik hier zielsalleen met mijn zieke oog onder de arm. Voorlopig moeten we het samen zien te redden.

Kabouterkruiwagen

Vanochtend trof ik dit tafereel aan in mijn tuin. Een omgevallen stoel en een kabouterkruiwagen. Ik had al een tijdje het vermoeden dat er kabouters in de tuin waren, maar nu weet ik het zeker. Kabouters staan bekend om hun voorliefde voor verse bamboe, geplukt bij zonsopgang. Onze tuin staat er vol mee.

Zo te zien is de kabouter ergens van geschrokken en op de vlucht geslagen. Misschien door de reiger die op weg was naar de vijver voor een lekker visje. Of de pauw van de buren die met opgestoken staart angstaanjagend indrukwekkend door de tuin kan schrijden.

Morgen sta ik vroeg op en verjaag ik de reiger en de pauw. Daarna breek ik wat verse bamboe af, leg die in het kruiwagentje en schrijf een briefje voor de kabouter.

Opti outie,
sens flare it
lamere hmmmm,
greewiefe


Voor de lezers die de kaboutertaal niet kennen, doe ik de vertaling erbij.
Lieve kabouter,
De kust is nu veilig

Eet smakelijk,
De tuinvrouwe

Uw mening telt

Omdat ik liever nog niet winkel in Stad, heb ik via een webshop 4 zomerse t-shirts gekocht. Ik kreeg er 3 geleverd, de 4e wordt nagestuurd. Eén van die 3 heb ik teruggestuurd, wegens belabberde pasvorm. Vandaag krijg ik de vraag of ik tevreden ben over hun dienstverlening. Ik geef ze een onvoldoende. Per kerende mail hun reactie: “Ook als u ontevreden bent, is uw mening van belang”.

Ja, dat lijkt me logisch, ze kunnen moeilijk zeggen: “Alleen als u tevreden bent, is uw mening van belang”. Maar waarom moeten ze benadrukken dat ook bij ontevredenheid je mening telt? Ik denk dat hier sprake is van een gevalletje zelfoverschatting. Als je zo overtuigd bent van de kwaliteit van je dienstverlening, kun je je niet voorstellen dat de klant dat niet is.

Ze willen met me in gesprek, in de hoop dat ik mijn mening aanpas. Dat doe ik graag: ik maak er een dikke vette onvoldoende van.