Een moeilijke keus

Huisgenoot M en ik zijn samen in de meubelwinkel op zoek naar een nieuwe bank. Twee banken eigenlijk, want om allebei languit te kunnen liggen hebben we er twee nodig. Na een uur rondkijken onder begeleiding van Jannes, de verkoper van dienst, hebben we onze keus gemaakt. Nu alleen de bekleding nog.

Is de keuze van een bank beperkt tot de modellen die in de winkel staan, de keuze van de bekleding is dat niet. De overdaad aan stoffen in alle kleuren en materialen doet ons duizelen. We komen er niet uit en nemen een grote stapel stalen mee naar huis. ‘Als we ze de volgende morgen maar terugbrengen’ drukt Hannes ons op het hart.

‘S avonds lijkt onze woonkamer op een stoffen bazaar. Lappen stof in alle maten, soorten, kleuren, diktes en rondingen liggen verspreid over de vloer. Terwijl wij proberen tot een besluit te komen, bouwen de hond en de kat hun eigen feestje. Ten einde raad laten we de keus maar aan hen over. Hond Benthe kiest voor een rode bank, poes Floris voor een beige. Nu maar hopen dat we er geen spijt van krijgen.

Loeren

Mijn eerste terrasje in maanden. Locatie: Poelestraat in Groningen. Het is nog best fris, maar met een heater boven me is het prima te doen. De bediening is in handen van een jonge vrouw die consequent elke nieuwe gast de handen laat ontsmetten. Over haar eigen besmettelijkheid maakt ze zich minder zorgen, haar mondkapje hangt ter hoogte van haar kin en blijft daar hangen zolang ik er zit.

Om me heen zijn alle tafeltjes bezet. Voor me zitten twee jonge vrouwen, type student, die elkaar zo te zien lang niet gezien hebben. Het weerzien is hartelijk. Ze houden zich keurig aan de anderhalve meter. Tot het gesprek steeds intiemer wordt en ze steeds dichter naar elkaar toebuigen. Hun lange haren dempen hun woorden.

Heerlijk zo’n middagje op het terras. Wat heb ik het loeren naar mensen gemist de afgelopen maanden.

Voor Renie

Fundamenten

Ik maak mijn eerste lange treinreis sinds maart 2020. Vijf uur treinen dwars door Nederland. Reden: mijn dierbare tante heeft ernstige gezondheidsproblemen. Nee, geen corona. Maar wel geraakt door corona: geen plek voor haar op de revalidatie, die ligt vol Covid patiënten. Dus is ze nu thuis met een hele batterij hulptroepen.

Anderhalf jaar lang heb ik haar en mijn oom niet gezien. Te oud en te kwetsbaar om ze aan bezoek bloot te stellen. Gelukkig is regelmatig bellen coronaproof. Maar nu de nood aan de vrouw is, gaat alle voorzichtigheid overboord.

Onderweg lees ik ‘de Fundamenten’ van Ramsey Nasr. Toen ik jong was waren mijn tante en oom de fundamenten onder mijn leven, ik speelbal en buffer in het kwetsbare huwelijk van mijn ouders. Zij werden mijn zelfgekozen ouders. Nu is het mijn beurt er voor hen te zijn.

Als de angst het wint

Schiet de paniek in mijn buik
Verdwijnt mijn trek
En word ik moe, heel moe

Mijn tranen verschuilen zich achter mijn ogen
Mijn woordenstroom stopt
Ik val stil
Stil
Stil

Tot mijn lusteloze ik
Verdoofd door angstscenarios
Alle moed bij elkaar raapt
En zich laat vasthouden
Door warme armen
Ik breek
Ik heel

De vink die een eend wil zijn

In onze badkamer woont een jong eendengezin. Ze badderen in het bad, eten de muggen die door het openstaande raam naar binnen vliegen en rusten uit op de vensterbank. In de tuin woont een vink die op zoek is naar gezelschap. Hij of zij heeft zijn oog laten vallen op de eendenfamilie. Al dagen lang doet hij verwoede pogingen hun aandacht te trekken. Hij zingt zijn mooiste lied, voert kamikazeacties uit op het raam en poept op het kozijn. Niets helpt. De eenden kijken niet op of om.

De vink doet me denken aan een afgewezen minnaar die tegen beter weten in hoopt dat het toch nog goed komt. Of aan een premier die niet van ophouden weet. Arme vink, ik begrijp zijn verlangen en ga hem helpen. Ik verkas familie eend van de badkamer naar de tuin, waar ze een heuse vijver tot hun beschikking hebben. Ze gaan de vink leren zwemmen en kwaken. Als een liegbeest premier kan zijn, waarom een vink dan geen eend?