Vandaag precies een jaar geleden werd Benthe geboren, in het Friese dorp Kootstertille. Zij wist toen nog niet dat ze Benthe heette, wij wisten nog niet dat ze bij ons zou komen wonen. Dat gebeurde pas zeven weken en drie dagen later (lees eerder blog Benthe).
Sindsdien hebben we haar veel proberen te leren. We zijn op puppy-, basis- en vervolgcursus geweest en hebben eindeloos met haar geoefend. Toch heeft ze het meeste geleerd van poes Floris (13 jaar oud). Die heeft haar duidelijk gemaakt dat er grenzen zijn, dat de oudste in huis ook de oudste rechten heeft, dat samen spelen alleen leuk is als je het echt samen doet en dat het nog maar de vraag is wie in de mand mag (zie filmblog Sur place).
Vanochtend vroeg hebben we Benthe verrast met een heerlijke kluif. Maar dat was niets vergeleken bij het kado dat ze van de poes kreeg: ze mag vanaf nu samen met Floris in de mand liggen. Ik denk dat we de verjaarsvisite wel af kunnen bellen, Benthe verzet vandaag geen poot meer.
Ik ben er denk ik te nuchter voor of te hitte-bevangen, het boeide me in ieder geval niet. Voor Maarten van der Weijden is het vast een grote stap, voor het onderzoek naar kanker een kleine. Vier dagen media aandacht voor een man met een overleversschuld, hoeveel heeft dat wel niet gekost en hoeveel onderzoek had daarvan wel niet gedaan kunnen worden.
De bel gaat, Benthe en ik doen wie het eerste bij de deur is. Benthe wint. Met moeite hou ik haar bij haar halsband tegen en open ik de deur. Er staat een man met een bos bloemen in zijn handen. Opnieuw ontstaat er een strijd tussen Benthe en mij: we willen het boeket allebei hebben. Deze keer win ik.
Ik ben nu op de helft van mijn lijstje en het is al bijna vier uur. De tijd begint te dringen, het tuinafval lukt niet meer, de bibliotheek misschien nog net, voor Ronald Garros moet ik om half zes weer thuis zijn en mijn vriendin heeft al gebeld waar ik blijf. Dat wordt rennen.
Woorden van Commissaris van de Koning René Paas in zijn