Vanuit Sant Niklaus gaat een kabelbaantje naar het Jungtal. In een kwartiertje ben je boven en begint de Alpenblumwandeling. Het belooft een mooie dag te worden. Zigzaggend langs de steile rotshelling zwoegen we ons naar boven. De afstand tot de top wordt steeds kleiner, onze ademhaling steeds hijgender en de paadjes steeds enger.

Wat doen we, gaan we door of draaien we om? We kiezen voor het laatste. Vroeger was geen berg ons te hoog, maar nu is zelfs het Jungtal een top te ver. Tevreden met ons wijze besluit zetten we ons in Sant Niklaus aan de wijn. Eigenlijk is er niets mis met Oud zijn.
Deel drie in de serie Zomer in Zwitserland
Het geklingel van koeienbellen, het ruizen van stromende watervallen en boomzagen die zich een weg vreten door dichte bossen. Dit zijn de geluiden die me, als ik wakker word na een middagdutje, eraan herinneren dat ik in Zwitserland ben. Geluiden die me vertellen dat ik terug ben in de bergen, waar ik ooit aan mijn vader vroeg: ‘hoe kan het dat de koeien niet van de schuine weilanden afvallen’?

