Frankrijk is weer open voor toeristen. So what, denk ik bij mezelf, daar gaat toch niemand naar toe dit jaar. Ik vergis me, want de eerste Nederlandse campers zijn al vertrokken: ‘Thuisblijven is net zo verantwoord als gaan’. Ik denk er het mijne van. Thuisblijven lijkt me een stuk safer. Je komt minder mensen tegen en je hoeft je toilet met niemand te delen. Nou hoef je dat in een camper ook niet, maar toch.
Ik blijf lekker thuis en zet mijn tentje op in de tuin. Croissantje, wijntje, krantje, het is allemaal te krijgen bij de plaatselijke supermarkt. Af en toe een rondje met de fiets langs de prachtige middeleeuwse kerkjes, een rustig terrasje pakken en snel weer naar huis. En eindelijk de stapel boeken lezen waar ik tijdens de lockdown niet aan toe gekomen ben.
Leven als God in Groningen. À votre santé.
Vanochtend vroeg krijg ik weer een mail: “Wat vond u van uw bezoek?” Nou heb ik gisteren een topdag gehad, dus ik zou prima kunnen zeggen. Maar het succes van de dag heeft niet zozeer te maken met de lunch, als wel met het gezelschap waarmee ik de dag doorgebracht heb.
Zodra het gaat schemeren nemen de uilen de tuin over. Overdag hoor je ze niet, alleen moeders (of vaders) waakt in een hoge boom en kijkt je streng aan als je langs loopt. ‘Stil, maak mijn kinderen niet wakker’, zie je haar denken. Braaf hou ik mijn kaken stijf op elkaar.
We groeten elkaar wat ongemakkelijk. Een knikje voor de een, een luchtzoen voor de ander. Alleen de jarige krijgt een knuffel, op afstand. De tuin is groot genoeg voor een feestje met zes mensen.