“Better cows, better life” lees ik op een mij rakelings passerende bedrijfsauto. ‘Betere koeien, betere levens voor de koeien’, wauw, daar word ik nou blij van. Springende koeien in de wei, met hun kalfjes bij zich, de hele dag buiten gras eten en een beetje liggen herkauwen. Wat wil een koe nog meer.

Ik neem een kijkje op de site van het bedrijf en lees:
“Breeding for better cows is possible in many different ways: better production, better longevity, faster growth, better health, better fertility, better conformation and so on.
Betere koeien zijn efficiëntere melkfabrieken en leven langer, vat ik het maar even samen. Ik zie het al voor me. Honderden genetisch gemanipuleerde koeien in een overbevolkte stal, waar de stank niet te harden is en waar de doorgefokte beesten geen ligruimte hebben, omdat ze dankzij steroïden 24/7 op hun poten kunnen staan. Doorligplekken zijn verleden tijd.
“Better cows, better money”, bedoelen ze natuurlijk, maar dat zeggen ze liever niet. Ik begrijp nu wel waarom de auto zo’n haast had.
Arme koeien.

Het gaat de hele dag door, wat moet het spechtengezin moe zijn. Zal ik een pannetje soep voor ze maken, zodat de ouders een dagje vrij hebben? Een lekker soepje van insecten, larven, rupsjes en kevertjes. Allemaal in mijn tuin voorradig, dus zonder CO2 uitstoot. Nou maar hopen dat ze het lekker vinden of is dit te menselijk gedacht?
Gevolg: ik heb al vijf keer verloren met Memory en dat gaat je niet in je koude kleren zitten, vooral niet als je van een vierjarige verliest. De voetbal is al minstens drie keer in de vijver gevallen en wie moet hem eruit halen? De inhoud van de spelletjeskist ligt door het hele huis verspreid. Opruimen, ho maar! Winkeltje spelen vinden ze het leukst, met echte centjes (ja, die bestaan nog) koop ik denkbeeldige ijsjes, tot ik er buikpijn van krijg. En dan moet er tussendoor ook nog gedronken, gesnoept en gehuild worden.