Ik heb er lang om moeten zeuren, maar het is gelukt. Ik heb mijn eigen hangplek. Uren hang ik er, ik staar wat voor me uit, blaf tegen de koolmeesjes en de merels en hou de schapen van de buren in de gaten. Alleen voor eten en een wandeling kom ik er nog af. Als mijn baasjes uit de buurt zijn klim ik op de bank, want mijn achterpoten worden best wel moe.
Daarom wil ik dat mijn baasjes een hangplek maken waar ik echt helemaal kan hangen. Epke Zonderland sleept toch ook niet met zijn poten over de grond als hij hangt? Nou dan.
Bovendien ziet het er niet uit en is het ook nog gevaarlijk. Als mijn achterpoten wegglijden, klap ik met mijn buik op de plavuizen. En kom dan nog maar eens zonder hulp overeind.
Die plavuizen zijn zo glad als een rekstok. Epke heeft krijt om zijn handen ruw mee te maken. Waarom heb ik dat eigenlijk niet? Een hondenleven heb ik, een hondenleven.
Het tennisseizoen nadert met rasse schreden, tijd om een nieuwe bespanning op mijn racket te laten zetten. In de winkel wordt mij gevraagd: ‘Wilt u spin, power of comfort?’
op het punt van vertrekken sta, zegt de oppasman: ‘Wil je mijn vogeltje nog even zien?’
Het Forum Groningen heeft ook een vide, maar dan grootser en protseriger. Deze vide beslaat zo’n beetje een derde van het gebouw, de dominante kleur is wit en de temperatuur net boven nul. De bouwkosten van de vide moeten rond de
Het liep anders. Ik had gehoopt op een klein, intiem groepje. We waren met veel, te veel, veel te veel.