Een beetje schutterig staat de schrijver voor de groep. Het is niet zijn eerste keer, maar hij is wel ver van huis, moest vroeg op en is vergeten zijn haar te kammen. Hij is gekomen om een workshop te geven, aan een groepje columnisten-in-spé. Gelukkig zijn het er niet zoveel, dat valt hem mee. Hij heeft wel eens voor grotere groepen gestaan, maar nooit zo ver van huis. Zijn vrouw zei nog: zou je dat nu wel doen, zo’n lange reis voor zo’n klein groepje? ‘Klein is fijn’ heeft hij geantwoord en daarmee was de kous voor hem af.
Daar staat hij nu, met een warrig stapeltje papieren in zijn handen. Zo te zien heeft hij geen idee wat hij er mee moet, wat toch best eigenaardig is, voor een schrijver. Misschien schrijft hij alleen digitaal, dat zou natuurlijk kunnen. Best cool voor een man van middelbare leeftijd. Maar daar heeft hij nu dus even niets aan, want hij staat er behoorlijk suffig bij. Er dwarrelen langzaam wat papieren op de grond, hij heeft het niet eens door. Nog even en hij staat met lege handen, ver van huis, waar zijn vrouw hem nog lang niet terug verwacht.
Een beetje schutterig staat de schrijver voor de groep. Het is zijn laatste keer, hij heeft zojuist besloten dat hij nooit meer een workshop geeft. Hij laat het stapeltje papieren uit zijn handen vallen, kijkt de groep aan en zegt: ‘wee degene die hier een column over schrijft!’ Trekt zijn jas aan, belt zijn vrouw en vraagt of ze hem alsjeblieft op komt halen. Ze weigert, ze vindt de reis te lang.
Maar wat nu als ik diezelfde pissebedden tegenkom in de badkamer van het vakantiehuisje dat ik bij Roompot gehuurd heb, stoor ik me er dan nog steeds niet aan? Nee, dan ligt het anders, dan ga ik me ergeren. Niet aan de beestjes, want die doen ook alleen maar waar ze voor bedoeld zijn. Maar aan Roompot, die mij een “onvergetelijke vakantie” in dit huisje beloofde.
Vandaag heb ik walnoten gekraakt. De oude voorraad moet op, want de verse noten liggen al te drogen. De hond ligt naast me in zijn mandje te slapen. Krakkk, zegt de eerste walnoot en de hond kijkt onmiddellijk op. Hij komt stram overeind en gaat naast me zitten: “ik wil ook!”
Vandaag kun je op Twitter meer woorden kwijt dan gisteren. Nou vind ik de charme van twitteren dat het kort maar krachtig moet, je moet gelijk je punt maken.