Ze mogen het verpleeghuis niet in en ook de tuin is verboden terrein. Ze hebben zich door de bosjes naar het hek geworsteld en roepen haar naam.
Ze hangen vlaggetjes en ballonnen aan het hek en beginnen te zingen: er is er één jarig hoera hoera.
Ze hebben een lange reis gemaakt om haar vandaag, op haar 80e verjaardag, te kunnen feliciteren.
Algauw rijdt een verzorgster haar in een rolstoel naar buiten. Niet te ver, dat is gevaarlijk. Ze barsten weer in zingen uit, de verzorgster zingt mee. Ze klappen en juichen hun stemmen schor. Zou ze begrijpen waarom ze geen bezoek mag ontvangen?
Ze kunnen het haar niet vragen, maar ze kunnen haar wel toezingen hoeveel ze van haar houden. De terugweg valt ze zwaar, het bange wachten is begonnen.

Oh, wat zijn we toe aan het einde van de lockdown. Gooi het land weer open, laat ons weer voetballen, tennissen en op onze motoren over smalle weggetjes racen. Weg met de persconferenties van Rutte en de cijfers van het RIVM, maak plaats voor terrasjes vol mensen in de lentezon.
Ik moet iets ophalen in Appingedam en maak er gelijk een lekkere fietstocht van. Door de weilanden, langs het Damsterdiep, door het middeleeuwse centrum van het stadje en terug met een omweg. Op de fiets geniet ik voor niets. Hoe meer kilometers, hoe beter.