Bie hoes

Er zijn van die dagen dat ik de deur niet uit wil. Dan heb ik een thuisdag. Een dagje niets hoeven, niets doen. Gewoon een beetje aanrommelen, boekje lezen, theetje drinken, uiltje knappen. Gisteren had ik zo’n dag.

hammock-2589814_1920

‘S avonds maakte ik de balans op. Ik had:

  • het gras gemaaid
  • twee wassen gedraaid en opgehangen
  • twee wassen afgehaald en opgeborgen
  • mijn kamer opgeruimd
  • twee telefoontjes gepleegd
  • de krant gelezen
  • de krant nog een keer gelezen
  • afwasmachine gevuld en leeggehaald
  • winde en kleefkruid getrokken
  • de poes geknuffeld
  • thee gedronken
  • ramen gelapt
  • gekookt

Heerlijk zo’n dagje ‘bie hoes’.

Spechtenkinderen

Behalve op ons oude kerkje, kijk ik ook uit op een rijtje zwarte elsen. In één ervan zit een rond gat, zorgvuldig uitgehakt door een grote bonte specht. Sinds een paar dagen maakt het gat lawaai, soms een zacht murmelen, maar vaker een gekrijs van jewelste. Dan komt moeder- of vaderspecht een wurmpje brengen en knokt elk spechtenkindje voor wat het waard is. Voor mij, nee voor mij!

great-spotted-woodpecker-205589_1920Het gaat de hele dag door, wat moet het spechtengezin moe zijn. Zal ik een pannetje soep voor ze maken, zodat de ouders een dagje vrij hebben? Een lekker soepje van insecten, larven, rupsjes en kevertjes. Allemaal in mijn tuin voorradig, dus zonder CO2 uitstoot. Nou maar hopen dat ze het lekker vinden of is dit te menselijk gedacht?

Fotograferen

Is fotograferen te leren of is het een kwestie van talent? Al een tijdje probeer ik daar achter te komen. Ik vind fotograferen leuk, maar kan ik het ook? Vakantiekiekjes gaan me best goed af, maar alleen als het fototoestel op standje Auto staat, van automatisch. Al die andere knopjes raak ik niet aan, daar raakt het toestel maar van in de war.

2017-11-06 22.47.06

Om te onderzoeken of ik meer kan dan dit, ben ik op cursus gegaan. De meester was streng, we mochten niet, nee nooit, op standje Auto fotograferen. We moesten zelf het denkwerk doen. Peentjes heb ik gezweet om de geheimen van de camera te ontcijferen. ’s Nachts kreeg ik nachtmerries waarin het diafragma de sluitertijd achterna zat en de ISO de witbalans besprong.

Het is niet goed gekomen tussen het fototoestel en mij. Toen de meester even niet oplette, heb ik hem snel weer op Auto gezet. Leren zal ik het niet, maar talent heb ik gelukkig  wel.

Oma, spelen?

De kleinkinderen zijn op bezoek, twee stuks, samen zijn ze negen jaar. Twee blonde godinnetjes die ons huis en ons rustige leventje overnemen. Er moet gespeeld worden, dat maken ze vanaf het begin duidelijk. “Oma, wil je met me spelen?” roepen ze elke drie minuten. Het maakt ze niets uit waar Oma mee bezig is, zelfs op de wc ben je niet veilig.

20180504_090355_resizedGevolg: ik heb al vijf keer verloren met Memory en dat gaat je niet in je koude kleren zitten, vooral niet als je van een vierjarige verliest. De voetbal is al minstens drie keer in de vijver gevallen en wie moet hem eruit halen? De inhoud van de spelletjeskist ligt door het hele huis verspreid. Opruimen, ho maar! Winkeltje spelen vinden ze het leukst, met echte centjes (ja, die bestaan nog) koop ik denkbeeldige ijsjes, tot ik er buikpijn van krijg. En dan moet er tussendoor ook nog gedronken, gesnoept en gehuild worden.

Afzien is het, maar oh wat geniet ik ervan.

 

Meneer Park

Ze woont in een statig pand in het midden van het land. Ze is niet de enige bewoner, ze zijn met meer. Veel leeftijdsgenoten, veel verzorgers, veel spelletjes. Als je dan toch niet meer zelfstandig kunt wonen, kun je maar het beste hier wonen.

cake-1227842_1280Als ik haar kamer binnenkom, kijkt ze verbaasd op. De blik in haar ogen zegt: wie ben jij? Het duurt even voor ze me herkent.  “Wat ben je vroeg, ik had je nog niet verwacht.” Ze zit op de bank en eet een gebakje. Er is slagroom op haar broek gevallen. Ze probeert op te staan om me te begroeten, het schoteltje glijdt op de grond. Ik loop snel naar haar toe en geef haar een zoen. “Blijf maar zitten, ik ruim het wel op”.

Ze heeft een kamer voor zichzelf, al lijkt het erop dat ze voor altijd samenwoont met meneer Park. Ze is niet blij met hem, want hij zorgt ervoor dat haar handen altijd trillen, ze regelmatig in de war is, moeite heeft met lopen, soms ook met praten, onhandig is en vaak moe. Toch kan ze ook wel om hem lachen, als hij weer eens een woord niet kan vinden of haar telefoon kwijt maakt. Dan belt ze op: “mijn telefoon is weg”, en lach ik met haar mee. Die meneer Park toch.