Op schoot

We hebben bij ons thuis twee schoten en twee huisdieren. Poes Floris is er altijd als de kippen bij als er een schoot vrij komt. Je krijgt als baasje amper de tijd om te gaan zitten of de poes klimt al boven op je. Heb je een kopje hete thee in je hand of ben je de krant aan het lezen, het boeit Floris niets. Hij ziet alleen maar SCHOOT!

Hond Benthe is te groot voor schoot, maar wil er wel graag op. Wat volgt is een rituele dans: Floris kijkt verstoort op, slaat een klauw uit naar Benthe’s neus onmiddellijk gevolgd door een lik op diezelfde neus. Benthe deinst terug, maar weet ook dat Floris altijd misklauwt en gaat voor nog zo’n heerlijke lik. Zo gaat dat een tijdje door tot een van de twee er genoeg van heeft.

Als baasje laat je het maar een beetje over je heen komen en probeer je zoveel mogelijk uit de gevarenzone te blijven. Meestal gaat dat goed, een enkele keer levert het je een schram op. Nooit een lik helaas, want die geeft Floris alleen aan Benthe. Ach ja dierenliefde, daar kan je als baasje niet tegenop.

De gekraagde kwikstaart

Opeens stonden ze er, nestkastjes in alle soorten en maten voor vogels in alle soorten en maten. Een dorpsgenoot heeft zich uitgeleefd, waarschijnlijk uit coronaverveling. Het hele dorp is uitgelopen om een kastje te kopen. Als ik uit mijn raam kijk zie ik ze paraderen met het nieuwste model nestkast voor de pimpelmees, de boomklever of de gekraagde roodstaart.

Op elk kastje staat voor welke vogel het bedoeld is. De grootte van de opening bepaalt het soort vogel dat erin past. Opening 32 is voor de koolmees en de bonte vliegenvanger, 40 is voor de mus. Maar wat nou als de mus zich per ongeluk vergist en haar eitjes in het kastje van de boomklever legt. En de boomklever in het kastje van de roodborst en het roodborstje in het…

Dan wordt het een knallende ruzie in vogelland of er komen dit voorjaar allemaal nieuwe vogelsoorten bij: de boommus, de gekraagde kwikstaart, de bonte pimpelmees, de staartklever, de…

Hoe geweldig zou het wel niet zijn als ons kleine dorpje overstroomd zou worden door vogelaars die nog nooit een gekraagde kwikstaart hebben gezien. Wel even van te voren een tijdslot reserveren.

Benthe en de Grijze

In de boomgaard naast ons huis staat sinds kort een paard. Eigenlijk twee paarden, maar de tweede wou niet op de foto. Ze lopen te grazen, slaan op de vlucht voor elke langslopende dorpsbewoner of liggen te rusten. Deze, de Grijze vanwege zijn dek, kruipt het liefst zo dicht mogelijk tegen ons hek aan, recht tegenover de keukendeur.

Ik ben gewend Benthe om me heen te hebben, een middenmaatje hond. Een paard zo dichtbij is andere koek. Wat is zo’n beest dan opeens ontzettend groot, een zetje tegen het hek en hij staat in de keuken. Weg avondeten. Weg baasje van Benthe.

Benthe, een stuk stoerder dan ik, trekt zich nergens iets van aan. Hij blaft eens tegen Grijze, snuffelt aan zijn neus en gaat er gezellig bij liggen. Tot het etenstijd is, dan komt Benthe binnen, vertrekt Grijze naar de stal en haalt het baasje opgelucht adem.

Liefde kan samengaan

De dichteres Justine Borkes is overleden, lees ik in de krant. Ik loop naar de boekenkast en pak haar dichtbundel ‘Liefde kan samengaan’. Ik heb het boekje lang niet in handen gehad, maar weet het feilloos te vinden. Haar gedichten zijn in mij beklijfd.

jij gaat zacht
langs me heen
raakt me
voortdurend

nauwelijks zichtbaar
neemt de rivier haar oevers mee

+++++

de gewoonste dingen
blijven hangen doe
jij het licht uit of
zal ik het doen


Justine Borkes, Liefde zal samengaan, 1978, uitgeverij de Feeks

Kruimeltje

bron: privécollectie

Ach wat een schatje, dit kleine opdondertje met haar stralende lach. Zoals ze daar staat, met die te grote broek en vaders pet op haar koppie. Haar naam is Gini, geboren in 1920. Ze is de dochter van de buurvrouw van de oma van huisgenoot M. Ik kwam haar tegen in een oud fotoboek.

In die tijd werden meisjes nog gekleed als meisjes. In een jurkje, met een strikje in het haar en glimmend gepoetste schoentjes. Zij niet, zij is verkleed als Kruimeltje, het zwerfjongetje dat na veel tegenslagen zijn ouders terugvindt. Haar ouders waren hun tijd ver vooruit, zij hebben gezien dat er in hun dochtertje een belhamel school.

Ik stel me zo voor dat ze een tomboy geworden is, ook al bestond dat woord toen nog niet. Een meisje dat gek was op buiten spelen en in bomen klimmen, dat kattenkwaad uithaalde en oude vrouwtjes hielp met boodschappen dragen. Een meisje dat haar hele leven de pet van vader op had, als ode aan haar jeugdheld Kruimeltje.