Op de fotocursus hadden we het gisteravond over compositie. Hoe zorg je ervoor dat het onderwerp van je foto zo in beeld komt dat de aandacht van de kijker naar de goede plek(ken) getrokken wordt. Eén van de trucjes hiervoor is de ‘regel van derden’.
Nu vind ik fotograferen best wel lastig. Diafragma, sluitertijd, scherptediepte, ISO, Bokeh, vignetering, pannen, het lijkt wel of ik een vreemde taal aan het leren ben. En dan opeens is er iets wat ik snap. Je verdeelt de foto in drie horizontale en verticale lijnen en plaatst het onderwerp in 2/3 deel van het geheel. Een kind kan de was doen, dus ik ook.

- copyright groningerblog.nl
Na afloop van de les kwam ik langs het peerd van Ome Loeks. Ik heb het in drieën verdeeld en gefotografeerd. Hierbij presenteer ik vol trots mijn allereerste foto gemaakt volgens de regels van derden. Meet u het zelf even na?

Daar staat hij nu, met een warrig stapeltje papieren in zijn handen. Zo te zien heeft hij geen idee wat hij er mee moet, wat toch best eigenaardig is, voor een schrijver. Misschien schrijft hij alleen digitaal, dat zou natuurlijk kunnen. Best cool voor een man van middelbare leeftijd. Maar daar heeft hij nu dus even niets aan, want hij staat er behoorlijk suffig bij. Er dwarrelen langzaam wat papieren op de grond, hij heeft het niet eens door. Nog even en hij staat met lege handen, ver van huis, waar zijn vrouw hem nog lang niet terug verwacht.
Maar wat nu als ik diezelfde pissebedden tegenkom in de badkamer van het vakantiehuisje dat ik bij Roompot gehuurd heb, stoor ik me er dan nog steeds niet aan? Nee, dan ligt het anders, dan ga ik me ergeren. Niet aan de beestjes, want die doen ook alleen maar waar ze voor bedoeld zijn. Maar aan Roompot, die mij een “onvergetelijke vakantie” in dit huisje beloofde.
Vandaag heb ik walnoten gekraakt. De oude voorraad moet op, want de verse noten liggen al te drogen. De hond ligt naast me in zijn mandje te slapen. Krakkk, zegt de eerste walnoot en de hond kijkt onmiddellijk op. Hij komt stram overeind en gaat naast me zitten: “ik wil ook!”