Zo klein was ze nog maar toen ze bij ons kwam. Joppe was een zorgenhondje. Samen met haar broertjes en zusjes was ze te vroeg bij de moederhond weggehaald en daardoor was ze nog niet wegwijs in de wereld. We hebben haar veel moeten leren en vooral veel geduld moeten hebben. Maar het is goed gekomen, al bleef ze altijd wat argwanend naar mensen die ze niet kende. Vertrouwde ze je eenmaal, dan was het ook voor altijd.
Vandaag hebben we, na dertien jaar, afscheid van haar genomen. Daar ging een lange periode van twijfel aan vooraf. Ze kon niet ver meer wandelen, maar ze speelde nog wel graag. Ze bleef ’s morgens lang in haar mand liggen, maar deed ze dat niet altijd al? Ze had artrose, maar kreeg daar pijnstillers voor. Maar de grote vraag blijft uiteindelijk: wie ben jij om te besluiten dat het leven van je hond ten einde is en wanneer besluit je dat? Daar heb je iemand anders bij nodig, de dierenarts.
En toen ging het snel. We hebben haar nog twee dagen om ons heen gehad en vanochtend heeft de dierenarts haar bij ons thuis laten inslapen. Het is goed zo en we gaan haar missen. We blijven achter met poes Floris, die zich afvraagt waar haar maatje gebleven is.
Wij weten zeker dat Joppe nu in de hondenhemel is.

Als ik ze bezig zie, zo in hun kleine wereldje waarin elke handeling bergen energie kost, hou ik regelmatig mijn hart vast. Het gaat allemaal net en soms bijna net niet: “Tante kijk uit, je gaat naast je stoel zitten”. ‘Ach kind, stel je niet aan, ik doe het altijd zo en het gaat altijd goed’.
Als ik wandel onder de hemel boven Groningen voel ik me opgenomen in dat wat groter is dan ikzelf. Ik voel me veilig, want de lucht liegt niet. De lucht laat zien wat er is of wat er komen gaat. Daardoor weet ik waar ik aan toe ben. En dat vind ik hemels.