Het regende dat het goot en de zon scheen alsof het hartje zomer was. Ik gaf een feestje in eigen tuin en had voor de zekerheid ook mijn huis tot feestruimte omgebouwd. Dat laatste bleek niet nodig, de partytent hield iedereen droog en voorzien van taart en thee. De zon zorgde voor de rest.
Die rest bestond uit werken in de tuin. Ik vraag altijd iets terug van mijn gasten. De ene keer is dat een leuk gedicht, de andere keer een financiële bijdrage voor een goed doel. Deze keer, omdat ik jubileum verjaarde, was mijn eigen tuin het goede doel.

Mijn gasten waren erop voorbereid en daarom kan ik met de hand op mijn hart zeggen: iedereen heeft uit eigen vrije wil meegeholpen. Er is gesnoeid, gesjouwd, gezaagd, geknipt, gesleurd en gekreund. Gelukkig zat ik op veilige afstand onder de partytent, ik heb er niet veel van meegekregen. Toen ze klaar waren, kregen ze als beloning een extra stuk taart.
Over het resultaat ben ik zeer tevreden, de tuin kan weer jaren voort. Of dat ook voor mij geldt, betwijfel ik. Bij een volgend feest draag ik mezelf als goed doel voor.
Een jaar lang sloeg ik na het houtenhekje linksaf, over het net-niet paadje waar ik alleen zijdelings overheen kon en liep ik met ingetrokken buik langs het gaas door het kniehoge gras, om uiteindelijk uit te komen bij het kruidentuintje waar ik dagelijks verse munt pluk voor mijn kopje thee. Met de dag werd de route langer en mijn trek in muntthee kleiner.
Ik begrijp er helemaal niets van. Waarom heeft die mevrouw in die witte jas zo’n grote spuit in haar hand. Waarom komt ze steeds dichterbij en pakt ze me in mijn nekvel. Nee, dit wil ik niet, ik wil weg. Au, blijf van me af. Waarom doet mijn baasje niets? Wat gebeurt er?
Als ik met mijn maatje dans, loopt het vaak op ruzie uit. ‘Ik heb de leiding, dat hebben we toch afgesproken?’ “Ja, maar jij hebt geen ritmegevoel en je trapt altijd op mijn tenen”. Onze dans is meestal al voorbij voor hij echt begonnen is.