
Midden in de nacht schrik ik wakker van een harde piep. Ik hou mijn adem in en luister naar de geluiden van de nacht. Hoor ik daar zachte voetstappen of is het mijn verbeelding. Pieppieppiep. Help, wat is er aan de hand? Net op het moment dat ik mijn moed verzameld heb om te gaan kijken, hoor ik een zachte plof. Dat geluid ken ik, dat is de poes die van het aanrecht springt. Oh, nu snap ik waar de piep vandaan komt, het is de inductieplaat die protesteert tegen overstekende poezepootjes.
Gerustgesteld val ik weer in slaap.
Op vakantie gaan vraagt veel voorbereiding, maar thuis komen mag er ook wezen. Eerst de lieve briefjes lezen die de oppassers hebben achtergelaten. Dan de post doorkijken, maar de belastingenveloppen negeren. Ondertussen de poes knuffelen, want die heeft ons ontzettend gemist, zegt ie. De ramen tegen elkaar openzetten, om de warmte eruit te laten en pas daarna is de tuin aan de beurt. Dat is altijd even spannend, want de tuin groeit door ook als we er niet zijn. Gelukkig heeft de buurman het gras gemaaid, maar de winde en het kleefkruid zijn uit de ban gesprongen. Er dan moet er ook nog gegeten worden en vroeg naar bed gegaan, want we hebben veel kilometers gemaakt.
De dagen glijden voorbij en het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen verveeld geen moment. Heerlijk om een tijdje zo te leven, ook al weet ik dat het vooral zo heerlijk is omdat het straks weer voorbij is. Thuis, waar de agenda zich vanzelf weer vult.