Als je een zekere leeftijd gepasseerd bent hoor je, of je wilt of niet, bij de doelgroep ‘oudjes die nog graag een reisje maken’. Zo bracht de post mij vandaag een glossy brochure voor een 2-daags verwenreisje naar Münster. Tegen de aantrekkelijke prijs van ‘slechts’ €49,90 per persoon. Aangeboden door Well-Fair: ‘voor zelfstandig en comfortabel ouder worden…’.
Aan het programma valt op dat het vooral bestaat uit: lunch, ontbijt, lunch, diner en overnachting. In Münster zelf is kennelijk niet zoveel te beleven. Waarom organiseren ze dit tripje dan, vraag ik me af? Lunchen en ontbijten kan ik thuis ook. Ik bekijk de brochure nog een keer en ontdek het antwoord.
Well-Fair is een bedrijf dat niet alleen reisjes voor ouderen verkoopt, maar ook trapliften, seniorenmatrassen, sta-op stoelen en instapbaden.
Ik zie het helemaal voor me. Je reist met de Well-Fair bus naar Münster. Na een heerlijk diner in het hotel brengt de ultrastille Well-Fair traplift je naar je luxe kamer. Daar staat een hoog-laag boxspringbed met Well-Fair matras op je te wachten. De badkamer biedt de nieuwste snufjes, zoals de Well-Fair AquaBreeze, ‘die u ter plekke bij de buschauffeur kunt bestellen’.
Nu snap ik het, het gaat niet om een verwenreisje voor oudjes. Het gaat om een verkoopreisje voor Well-Fair, het bedrijf met de glossy missie: ‘zelfstandig en comfortabel rijk worden’.
Dit oudje gaat niet mee.
Zo klein was ze nog maar toen ze bij ons kwam. Joppe was een zorgenhondje. Samen met haar broertjes en zusjes was ze te vroeg bij de moederhond weggehaald en daardoor was ze nog niet wegwijs in de wereld. We hebben haar veel moeten leren en vooral veel geduld moeten hebben. Maar het is goed gekomen, al bleef ze altijd wat argwanend naar mensen die ze niet kende. Vertrouwde ze je eenmaal, dan was het ook voor altijd.
En toen ging het snel. We hebben haar nog twee dagen om ons heen gehad en vanochtend heeft de dierenarts haar bij ons thuis laten inslapen. Het is goed zo en we gaan haar missen. We blijven achter met poes Floris, die zich afvraagt waar haar maatje gebleven is.
Als ik ze bezig zie, zo in hun kleine wereldje waarin elke handeling bergen energie kost, hou ik regelmatig mijn hart vast. Het gaat allemaal net en soms bijna net niet: “Tante kijk uit, je gaat naast je stoel zitten”. ‘Ach kind, stel je niet aan, ik doe het altijd zo en het gaat altijd goed’.
Als ik wandel onder de hemel boven Groningen voel ik me opgenomen in dat wat groter is dan ikzelf. Ik voel me veilig, want de lucht liegt niet. De lucht laat zien wat er is of wat er komen gaat. Daardoor weet ik waar ik aan toe ben. En dat vind ik hemels.