Het regende gisteren de hele dag. Het was zo’n dag waarvan je denkt, wat mot ik ermee. Puzzelen, sport kijken, foto’s inplakken, bed verschonen, mijn oude tante bellen? Of de naaimachine van zolder halen en het verstelwerk dat al maanden ligt te wachten, gaan doen. Ikzelf ben niet zo van het fijne handwerk, maar huisgenoot M. gelukkig wel.
Algauw is de woonkamer veranderd in een naaiatelier. Overal naalden en draden, maar vooral het zacht snorrende geluid van de naaimachine. Klassiek muziekje erbij en ik waan mij terug in mijn ouderlijk huis. Vader leest de krant, moeder verstelt de kapotte onderbroeken, want die moeten nog een tijdje mee. Ik vul de kolenkachel bij en speel Memory met mijn zusje, zij wint. Moeder heeft ons chocolademelk beloofd.
Die kolenkachel bestaat niet meer, maar verder is er eigenlijk niet zo veel veranderd. In ieder geval niet op dagen dat het eindeloos regent.


Daar staat hij nu, met een warrig stapeltje papieren in zijn handen. Zo te zien heeft hij geen idee wat hij er mee moet, wat toch best eigenaardig is, voor een schrijver. Misschien schrijft hij alleen digitaal, dat zou natuurlijk kunnen. Best cool voor een man van middelbare leeftijd. Maar daar heeft hij nu dus even niets aan, want hij staat er behoorlijk suffig bij. Er dwarrelen langzaam wat papieren op de grond, hij heeft het niet eens door. Nog even en hij staat met lege handen, ver van huis, waar zijn vrouw hem nog lang niet terug verwacht.
Maar wat nu als ik diezelfde pissebedden tegenkom in de badkamer van het vakantiehuisje dat ik bij Roompot gehuurd heb, stoor ik me er dan nog steeds niet aan? Nee, dan ligt het anders, dan ga ik me ergeren. Niet aan de beestjes, want die doen ook alleen maar waar ze voor bedoeld zijn. Maar aan Roompot, die mij een “onvergetelijke vakantie” in dit huisje beloofde.