Elke ochtend maak ik een wandeling met de hond. Soms een snelle korte, soms een langzame lange. Bij droog weer komen we allebei schoon thuis. Vandaag is het niet droog en lopen we dwars over het drassige land van de boer. De oogst is binnen, het land is in rust.
Ik heb me erop gekleed: kaplaarzen, regenbroek, regenjas aan. Hond Benthe hoeft geen regenkleding, hij is op alle weersomstandigheden voorbereid. Als er maar gewandeld wordt, daar gaat het om. Hij rent van hot naar her, op zoek naar muizen. Elk holletje wordt uitgegraven, meestal zonder resultaat.
Na de wandeling kom ik schoon en droog thuis. Benthe niet. Zijn bruine kop heeft een grijs kleimasker gekregen. Ik loop nu met stoffer en blik achter hem aan om de modder op te vegen. Morgen maar weer een droge wandeling.
Ik begrijp er helemaal niets van. Waarom heeft die mevrouw in die witte jas zo’n grote spuit in haar hand. Waarom komt ze steeds dichterbij en pakt ze me in mijn nekvel. Nee, dit wil ik niet, ik wil weg. Au, blijf van me af. Waarom doet mijn baasje niets? Wat gebeurt er?
Als ik met mijn maatje dans, loopt het vaak op ruzie uit. ‘Ik heb de leiding, dat hebben we toch afgesproken?’ “Ja, maar jij hebt geen ritmegevoel en je trapt altijd op mijn tenen”. Onze dans is meestal al voorbij voor hij echt begonnen is.
Natuurlijk moet er ook gewandeld worden. Kleindochter E. wil de lijn vasthouden. Mag dat? Ja, dat mag. Even hou ik mijn hart vast als ik Benthe het voortouw zie nemen. Is ze niet te sterk voor zo’n klein meisje, gaat dit wel goed?Ja, het gaat goed, Benthe gedraagt zich voorbeeldig. Ben ik hier getuige van een eerste verliefdheid?
Vanochtend vroeg hebben we Benthe verrast met een heerlijke kluif. Maar dat was niets vergeleken bij het kado dat ze van de poes kreeg: ze mag vanaf nu samen met Floris in de mand liggen. Ik denk dat we de verjaarsvisite wel af kunnen bellen, Benthe verzet vandaag geen poot meer.