Als ik met de hond ga wandelen passeer ik altijd onze scheve boom. Hij staat naast het huis, gevaarlijk overhellend richting het pad. Zijn takken buigen steeds dichter naar de grond, in de schaduw van de bladeren groeien paddenstoelen in het gras. Elke keer als ik langsloop, gluur ik vanuit mijn ooghoeken naar de boom: hangt hij niet schever dan gisteren, raken de bladeren nu echt de grond, hoor ik daar geen zacht gekraak?
Hoe schuin kan een boom groeien voor hij omvalt? Hoe lang kunnen zijn wortels de aantrekkingskracht van de aarde weerstaan en zijn stam rechtop houden? Wanneer keert hij terug naar waar hij vandaan komt?
Vragen die me bezig houden terwijl ik naar mijn vrolijk huppelende hond kijk. Hij heeft heel andere zorgen: ‘Wiens plasje is dit, waar zitten muizen, wanneer mag ik los?’
Scheefgroei, het zal hem worst wezen. ‘Hmmm, ja lekker, worst’,
‘
Ik begrijp er helemaal niets van. Waarom heeft die mevrouw in die witte jas zo’n grote spuit in haar hand. Waarom komt ze steeds dichterbij en pakt ze me in mijn nekvel. Nee, dit wil ik niet, ik wil weg. Au, blijf van me af. Waarom doet mijn baasje niets? Wat gebeurt er?
Als ik met mijn maatje dans, loopt het vaak op ruzie uit. ‘Ik heb de leiding, dat hebben we toch afgesproken?’ “Ja, maar jij hebt geen ritmegevoel en je trapt altijd op mijn tenen”. Onze dans is meestal al voorbij voor hij echt begonnen is.
Natuurlijk moet er ook gewandeld worden. Kleindochter E. wil de lijn vasthouden. Mag dat? Ja, dat mag. Even hou ik mijn hart vast als ik Benthe het voortouw zie nemen. Is ze niet te sterk voor zo’n klein meisje, gaat dit wel goed?Ja, het gaat goed, Benthe gedraagt zich voorbeeldig. Ben ik hier getuige van een eerste verliefdheid?