De eerste weken van de lockdown zat ik de hele dag aan mijn tablet gekluisterd. Ik las elke snipper nieuws over de coronacrisis en zag elke persconferentie. Alles wou ik weten, in een verwoede poging om mijn angst over wat ons te wachten stond, te sussen. Het werkte averechts. ‘Geef angst geen thee’ schreef columniste Asha ten Broeke op 20 maart in de Volkskrant. Verdomd, dacht ik, dat is precies wat ik wél aan het doen ben.
Ik legde mijn schermtijd aan banden, ontdekte nieuwe vormen van contact met buren en vrienden, liet mezelf uit op de fiets en maakte lange wandelingen met de hond. Mijn angst nam af en maakte plaats voor overgave aan deze nieuwe manier van leven. Een pas op de plaats is zo erg nog niet, ontdekte ik.
De laatste dagen betrap ik mezelf erop weer vaker op mijn tablet te kijken. Een maand is best lang en wie weet hoe lang het nog duurt. Ik begin ongeduldig te worden. Hoe dichter ik weer op het nieuws zit, hoe meer ik mijn angst voel toenemen. ‘Je drinkt te veel thee’ zou Asha zeggen. Ze heeft gelijk. Vanaf vandaag zet ik mezelf weer op rantsoen.


Waar komt die daadkracht opeens vandaan? Vroeger, voor 16 maart, stelden we beslissingen eindeloos uit. ‘Hoe dan, wat dan en door wie? Te veel gedoe, laten we het volgend jaar maar doen’. Daar kwam het kortgezegd op neer. Sinds 16 maart zijn we gedwongen tot een uitgekleed leven, eigen huis en tuin staan centraal, de buitenwereld is voorlopig niet te betreden.