Paneel

Om niet te bevriezen in de slaapkamer hebben we een infraroodpaneel gekocht. Voor boven het bed. Omdat we nogal handig zijn besluiten we hem zelf te plaatsen. Althans dat is de bedoeling, tot we hem optillen en ons realiseren dat dit onze krachten toch echt te boven gaat. Gelukkig biedt de winkel uitkomst, ze sturen twee monteurs.

Terwijl wij in de keuken aan de koffie zitten, lossen zij het tekort aan stopcontacten in de meterkast op, hangen ze het paneel met gipspluggen aan het plafond (is dat wel stevig genoeg, vraag ik met paniek in mijn stem) en houden ze hond Benthe, die graag meedenkt, op veilige afstand.

Zodra ze vertrokken zijn zetten we het paneel aan en gaan we met het hele gezin: twee volwassenen, een hond en twee katten op bed liggen. Het is een beetje dringen om met z’n allen onder een infraroodpaneel van 30 x 160 te passen, maar het lukt. Een zalige warmte daalt op ons neer. We besluiten tot de lente zo te blijven liggen.

De kussentjes van Teun

Hoe leert een jonge poes dat een houtkachel heet is? Door er bovenop te springen. Je kunt nog zo waarschuwen: doe het niet; kijk uit; het is bloedje heet, maar het is aan dovekatsoren gericht. Vanaf de schoorsteenmantel sprong Teun via de kachel op de grond. Hij schrok zich rot, wist niet hoe snel hij weg moest komen, rechtervoorpootje hoog opgetrokken vluchtte hij de keuken in.

De baasjes wisten niet hoe snel ze hem moesten troosten en vooral hoe ze het pootje konden koelen. Gelukkig regende het en kon hij buiten zijn geschroeide kussentjes in een plas afblussen. Waarna hij op de bank onder een zacht dekentje in een diepe slaap viel. De baasjes hebben hem een paar dagen extra verwend en de natuur haar werk laten doen. Zelfs hond Benthe deed een duitje in het zakje door zijn pootje dagelijks schoon te likken.

De kussentjes zijn goed aan het helen. Teun is inmiddels weer de oude, brengt de baasjes muizen als bedankje voor de goede zorgen en mijdt de houtkachel. Maar van op de bank slapen onder een warm dekentje krijgt hij geen genoeg. ‘Beetje uitzieken’ noemt hij het.

Kleinzoon

Ik ben nog nooit bij een ijshockeywedstrijd geweest, maar als bonus-oma van een kleinzoon van 13 is dit mijn kans. Hij moet spelen in Groningen, ver weg van zijn eigen woonplaats, maar dicht bij de mijne.

Het lijkt me een koude bedoeling zo’n ijshal en dat is het ook. Het handjevol ouders en grootouders is bij lange na niet voldoende om de hal te verwarmen. Een dikke jas, sjaal, handschoenen, en hete chocolademelk doen wonderen.

Zijn vader legt me de regels uit, ze zijn zo ingewikkeld dat ik ze gelijk weer vergeet. Ik doe wel zonder. Bovendien heb ik al mijn aandacht nodig om kleinzoon te herkennen, temidden van die twaalf over het ijs krioelende mensjes verstopt in ijshockeypakken.

De wedstrijd is spannend en razendsnel. De strijd gaat gelijk op, ook al bestaat het thuisspelende team uit iets oudere spelers. Ze beuken tegen de boarding, maken noodstops, vallen en staan weer op. Ik schreeuw mijn keel schor.

Kleinzoon houdt zich dapper staande en is de tegenstander regelmatig te snel af. Dat belooft nog wat. Zijn team verliest uiteindelijk, maar dat mag mijn pret niet drukken. Ik heb hem zien spelen, dat was voor mij genoeg.

Voor T.

Bescheiden

Een goeie vriendin is op zoek naar nieuwe woonruimte. Ik bied aan haar te helpen zoeken. ‘Er is toch niets te vinden’ sombert ze. “Oh, maar dan ken je mij nog niet, als ik me ergens in vastbijt laat ik niet meer los”.

Ze wil een benedenwoning. Die zijn schaars, ontdek ik al snel, maar ze zijn er wel. Ik speur dagelijks internet af en stuur linkjes naar haar door. “Kijk hier eens naar, zoek je zoiets?” Ze wikt en weegt, haar woonwenzen worden steeds concreter.

‘Vind je dit echt leuk om te doen?’ checkt ze regelmatig met ongeloof in haar stem. Ik beaam het: “als je iets echt heel graag wil en ervoor gaat lukt het vaak, is mijn ervaring. En hoe gaaf zou het zijn als je kunt verhuizen?”

Gisteren was het zover. Ze heeft een woning gevonden. Nou ja, ik eigenlijk, maar het is niet aan mij om daarmee te pronken. Al zou ik dat best wel mogen doen, want dankzij mijn volhardendheid is het heel snel gelukt. Maar daar poch ik niet over, want daar ben ik te bescheiden voor. En dat siert me, al zeg ik het zelf.

Voor R.

Vakantiebaantje

Ik zei spontaan ja, toen me gevraagd werd een weekje de krant rond te brengen. De vaste bezorger ging met zijn ouders op vakantie en er was in het hele dorp geen jongere te vinden die het even over wou nemen. Toen kwamen ze bij mij uit, een oudje.

Vroeg opstaan is geen punt, dat doe ik zowiezo al. Zo vroeg de deur uit is andere koek. Mijn dag begint altijd met mijn ochtendritueel: kopje thee, poes op schoot en krantje lezen. Maar nu moest ik eerst die krant bij mezelf bezorgen.

Zuchtend en kreunend vertrok ik op de fiets. Tot ik om me heen keek en de ochtendluchten zag. Dat maakte veel goed.

Het weekje is voorbij. De bezorger, jong van lijf en leden, is weer terug op zijn vroege post. En ik ben weer de pensionado die blij is als de krant op de deurmat valt.