Afgelopen zaterdag was het weer zover, in kleine groepjes liepen kleine mensjes met kleine lampionnetjes langs de huizen. Ik zag ze aan komen lopen en verstopte me snel achter de bank, verbood de hond om te blaffen en hield me stil. Er werd aangebeld, aan de brievenbus gerammeld en op het raam getikt. “Ik ben niet thuis” wou ik heel hard roepen, maar ik hield me nog net op tijd in. Na nog een bonk tegen de deur liepen ze verder, op naar hun volgende slachtoffer.

Ik ben dol op kinderen, behalve op 11 november. Dan vind ik het vraatzuchtige, irritante dwingelandjes, die mijn rust verstoren met meerstemmig valsgezongen onverstaanbare liedjes. Of wat daarvoor door gaat. En omdat ik die kleine mensjes ken, want ze wonen in de buurt, hoor ik ze uit ‘dorpsgezindheid’ met een stralende glimlach te belonen voor hun prachtige gezang en ze een greep te laten doen uit een bak met snoepgoed in giftige kleuren.
Maar ik kan het niet, hoe ik ook mijn best doe, het lukt me zelfs niet om het allerkleinste glimlachje te voorschijn te toveren. En daarom geef ik op 11 november ‘niet thuis’. Op 12 november trouwens ook niet, want je weet maar nooit of er niet een verlaat lampionnetje zijn snoep toch nog op komt eisen.
Daar staat hij nu, met een warrig stapeltje papieren in zijn handen. Zo te zien heeft hij geen idee wat hij er mee moet, wat toch best eigenaardig is, voor een schrijver. Misschien schrijft hij alleen digitaal, dat zou natuurlijk kunnen. Best cool voor een man van middelbare leeftijd. Maar daar heeft hij nu dus even niets aan, want hij staat er behoorlijk suffig bij. Er dwarrelen langzaam wat papieren op de grond, hij heeft het niet eens door. Nog even en hij staat met lege handen, ver van huis, waar zijn vrouw hem nog lang niet terug verwacht.
Maar wat nu als ik diezelfde pissebedden tegenkom in de badkamer van het vakantiehuisje dat ik bij Roompot gehuurd heb, stoor ik me er dan nog steeds niet aan? Nee, dan ligt het anders, dan ga ik me ergeren. Niet aan de beestjes, want die doen ook alleen maar waar ze voor bedoeld zijn. Maar aan Roompot, die mij een “onvergetelijke vakantie” in dit huisje beloofde.
Vandaag heb ik walnoten gekraakt. De oude voorraad moet op, want de verse noten liggen al te drogen. De hond ligt naast me in zijn mandje te slapen. Krakkk, zegt de eerste walnoot en de hond kijkt onmiddellijk op. Hij komt stram overeind en gaat naast me zitten: “ik wil ook!”
Vandaag kun je op Twitter meer woorden kwijt dan gisteren. Nou vind ik de charme van twitteren dat het kort maar krachtig moet, je moet gelijk je punt maken.