De muil van het beest

Ik had nog nooit een pelletkachel in het echt gezien. Maar in het vakantiehuisje waar ik dit weekend was stond er eentje. Als een vogel die zijn kleintjes voert, slokt het vuur de houten wurmpjes op. Elk wurmpje wordt met luid gebrom ontvangen, waarna het vuur weer knetterend oplaait. Zet je de kachel uit dan draait de ventilator nog lang door om de kachel af te koelen.

Het huisje stond midden in het bos, je hoorde er alleen het getjilp van vogels en het kraaien van een haan. Urenlang hebben we gewandeld, terug naar het huisje gaan stelden we zo lang mogelijk uit. Daar wachtte ons een lawaaiig beest met een grote muil. Als een vogel zoveel herrie zou maken bij het voeren van zijn kleintjes zouden vogels allang uitgestorven zijn. Hoe fijn zou het zijn als de pelletkachel dit lot te wachten staat.

Vurig land

Op het Groningerland is ontzettend weinig te zien en tegelijk heel veel. Als je goed kijkt zie je links de kerktoren van Zeerijp, een toren die de hele omgeving domineert. Die toren vertelt van eeuwenlange bewoning, van lief en leed, van slag en stoot, van horigen en jonkers. Elk dorp in dit weidse land heeft een kerktoren met een eigen verhaal. Als je goed luistert hoor je de klokken luiden over de voortschrijdende tijd, over huwelijken en begrafenissen, over oorlog en vrede.

Van de week zag ik Zeerijp in vuur en vlam staan. De zon ging onder, de wolken spraken van de nacht, grote groepen ganzen waren gakkend op weg naar hun slaapweilanden. De wind was gaan liggen. Geen verkeer op de weg, geen mens buiten. De klokken wensten elkaar ‘goede nacht en tot morgen’, wanneer ze weer verder gaan met geschiedschrijven over het vurige Groningerland.

Het onzekere voor het zekere nemen

Maanden heb ik in ontredderende onzekerheid gezeten over het plotselinge zichtverlies in mijn rechteroog. Wat is er precies gebeurd, waardoor en wat staat me nog te wachten? Daar kwam het kort gezegd op neer. De oogarts heeft me vorige week eindelijk duidelijkheid gegeven: de oorzaak en de gevolgen worden pas met de tijd en afhankelijk van het slagen van de behandeling duidelijk. Oftewel: niets is zeker, alles is en blijft ongewis.

Nu ik dit weet is er een weldadige rust over mij neergedaald. Ik sta er zelf van te kijken. Oké, ik heb een chronisch oogprobleem, dat is zeker, maar verder is alles onzeker. Aan die onzekerheid is niets te doen. Hij is er en hij blijft. Dat is een feit, een zekerheid waar niet aan te tornen valt. Ik kan hoog of laag springen, maakt allemaal niets uit.

In mij is een schakelaar omgezet. Was ik de afgelopen tijd vooral bezig met wat ik verloren heb, nu zie ik wat ik behouden heb. Ja, ik ben zicht kwijtgeraakt, maar ik heb naast mijn slechte oog ook nog een goed oog. Ja, de toekomst is onzeker, maar nu ik dat zeker weet hoef ik er niet meer zo ontredderd over te zijn. Het onzekere is mijn nieuwe zekerheid geworden.


Eerder verschenen blogs over mijn oogprobleem
Pech 22-1-2021
Rollator 4-1-2021
Dronken 9-12-2020

Naar eer en geweten

Als meisje van tien heb ik eens samen met een vriendje van tien stiekem mijn eerste sigaret gerookt. Verstopt achter de garage in zijn tuin. Spannend was het en best wel vies. Maar wat voelden we ons groot en wat voelden we ons stoer.

Ik had iets gedaan wat niet mocht, mijn moeder was daar heel duidelijk over, en ik was ervan overtuigd dat het op mijn voorhoofd geschreven stond. Ze zou het vast aan me zien. Jokken ging me al niet goed af, maar dit zou echt liegen zijn. Zenuwachtig ging ik naar huis.

Zodra ik mijn moeder zag barstte ik in tranen uit en biechtte het op. Ze nam me op schoot en droogde mijn tranen. En leerde me zo dat iets verkeerds doen niet erg is, als je er maar eerlijk over bent.

Had de baas van Nederland ook maar zo’n moeder gehad.

De kleren van de keizer

Daar staat hij dan

Alleen

De striemen op zijn rug schrijnen

Hij is op zichzelf aangewezen

Voor het eerst van zijn leven

Weet hij niet wat hij moet doen

Hij zoekt zijn geheugen af

Maar kan niets vinden

Geen visie, geen moreel kompas

Hij is de keizer zonder kleren

Hij is de man die niemand zich herinnert


Cartoon: Siegfried Woldhek