Geluksvogel

Het uilskuiken is al een paar dagen terug op het ouderlijk nest. ’s Nachts maakt het herrie voor twee. Zo te horen heeft het een broertje of zusje. Maar die durft nog niet uit het nest te klimmen.

20200610_164420_resizedZodra het gaat schemeren nemen de uilen de tuin over. Overdag hoor je ze niet, alleen moeders (of vaders) waakt in een hoge boom en kijkt je streng aan als je langs loopt. ‘Stil, maak mijn kinderen niet wakker’, zie je haar denken. Braaf hou ik mijn kaken stijf op elkaar.

Dat doen zij op hun beurt niet, ’s nachts dan. De uilskinderen laten met hoge schrille kreten weten dat ze honger hebben. De ouders reageren met geruststellende chachacha geluiden: ‘We komen eraan’. In de loop van de vroege ochtend hoor je het ouderpaar steeds geïrriteerder worden: ‘Nee, nou hebben jullie genoeg gegeten, hup tanden poetsen en naar bed’. De kinderen protesteren nog lang.

Dit alles speelt zich af in de bomen vlakbij mijn slaapkamer. Mijn nachtrust wordt erdoor verstoord, maar dat deert me niet. Ik voel me een geluksvogel dat mijn slaap begeleid wordt door de huiselijke geluiden van een uilenfamilie.

Ik waan me terug in mijn ouderlijk huis.

Uilskuiken

Kom ik thuis van de avondwandeling met de hond, staat er een uilskuiken voor mijn deur. Eerst denk ik dat het een speelgoed uil is, tot het aandoenlijke, grijze mormeltje in paniek bijna de sloot induikt. De hond denkt dat het een spelletje is en wil er achteraan. Ik kan het nog net voorkomen.

images
foto: Ronald Messemaker (van een ander uilskuiken)

Wat nu? Is het beestje uit het nest gevallen terwijl het nog niet kan vliegen? Moet ik de dierenambulance bellen misschien? Eerst maar eens op Internet kijken. Uit mijn ooghoek zie ik het ransuiltje verwoede pogingen doen in een boom te klimmen en verhip, dat lukt nog ook. Even later zie ik zelfs een grote uil langs vliegen, richting het jong.

Ik leg mijn tablet maar weg. Dit uilskuiken is slim genoeg om zelf een veilig onderkomen te zoeken. Die heeft geen Google nodig.

Echte knuffels

teddy-1113160_1920 (3)We groeten elkaar wat ongemakkelijk. Een knikje voor de een, een luchtzoen voor de ander. Alleen de jarige krijgt een knuffel, op afstand. De tuin is groot genoeg voor een feestje met zes mensen.

In het begin is het wat zoeken. Hoe kom je bij je stoel zonder te dicht bij een ander langs te lopen. Hoe geef je een theekopje aan en hoe snij je de taart veilig in stukken. We manoeuvreren wat onhandig om elkaar heen, stoelen worden veelvuldig verplaatst en nieuwe looproutes geïmproviseerd.

Na een tijdje hebben we de smaak te pakken. Door het steeds maar schuiven met stoelen ontmoeten we elkaar allemaal. Soms in een twee- of drietal, vaker met zijn zessen. De intimiteit groeit, het gesprek verdiept zich. De jarige glundert.

Aan het eind van het feest zijn we een hecht team geworden, naadloos op elkaar ingespeeld in een gezamenlijke choreografie. Het nieuwe jarig heeft de toekomst. Alleen de echte knuffels ontbreken nog.

Waken en slapen

20200503_083048Voor hond Benthe en poes Floris geldt de anderhalve meter niet. Wel moeten ze allebei op een eigen kussen liggen. Daar zorgt Benthe voor. Ze sleept elke dag het grijze kussen naar buiten voor Floris en neemt zelf haar plek in de deuropening in.

Poes Floris is niet meer zo snel ter been en moet veel rusten. Ze hebben daarom afgesproken dat als hij slaapt, Benthe waakt. Benthe neemt haar taak heel serieus. Zelfs de baas mag er niet langs.

Ze weten dat ze een beetje in de weg liggen, want de kortste route naar de tuin is nu geblokkeerd. Maar voor zoveel dierenliefde loopt het baasje vast wel een stukje om.

 

Tweede golf

De eerste golf zit er op, de teugels worden gevierd. Parken en stranden stromen weer vol, iedereen blijkt opeens huisgenoot van iedereen te zijn. Nog even en het festivalseizoen gaat van start en de vakantie naar Frankrijk kan geboekt.

wave-1905610_1280Het virus lijkt verslagen. Nou ja, verslagen. Er zijn mensen (intensivisten, virologen, IC-verpleegkundigen) die zeggen dat het gevaar niet geweken is, dat we voorzichtig moeten blijven, dat de ziekenhuizen een tweede golf niet aan kunnen.

Daarom voorlopig de anderhalvemetersamenleving, daarom de buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) die de boel in de gaten houden. Zonder wapenstok en pepperspray gaan ze de straat op. Want in dit intelligente land haalt niemand het in zijn hoofd een BOA, die gewoon zijn werk doet, te lijf te gaan.