Kleindochter

Ik heb de reis al een tijdje niet gemaakt, met de trein van Loppersum naar Middelburg. Van het noordoosten naar het zuidwesten in vijfeneenhalf uur. Omdat het zo’n lange reis is trakteer ik mezelf op de eerste klas. Rustig een boekje lezen en een beetje uit het raam staren.

Dat was althans de bedoeling, maar ik was vergeten dat het meivakantie is. En de trein dus zo druk is dat tweedeklassers in de eersteklas komen zitten. Daar heb ik geen bezwaar tegen, maar wel als het drie keihardpratende-nog-niet-droog-achter-de-oren-stoere-seksistische-praat-uitslaande jongens/nog net geen mannen zijn.

Dat ik, vrouw van zekere leeftijd, pal voor ze zit boeit ze niet. Dat er vóór mij een oma, opa en kleindochter van zeer jonge leeftijd zitten, wordt door een van de jongens wel opgemerkt. Hij maant zijn makkers om het niet meer te hebben over die delen van het vrouwelijk lichaam waar dit meisje nog geen weet van heeft.

Het valt stil achter me, een ander gespreksonderwerp hebben de jongens niet. Oma, opa en ik slaken een zucht van verlichting.

Geen recensie

We waren er even tussenuit, een paar dagen in een huisje aan de Noord-Hollandse kust. Strandwandelingen, terrasjes en fijn gezelschap, u kent dat wel. Een van ons was jarig, vandaar.

Dat huisje hadden we gehuurd via Airbnb. Leuk huisje, prettige sfeer en niet te duur. Als ik er een recensie over zou schrijven kreeg het van mij een 8, met als enig minpunt dat de badkamer niet groter was dan een bezemkast. Ik ben twee keer klem komen te zitten.

Maar ik heb geen recensie geschreven. Want als ik dat doe, krijg ik een recensie terug. Van de verhuurder. Over mij als gast. Stel je voor, kom je thuis van een heerlijk weekendje weg, krijg je nog even al je minpunten te horen. Niet dat ik die heb natuurlijk, maar toch.

De zon is verdwenen, de vogels zijn stil, in de verte is het geluid van bombardementen te horen

Een weekendje weg in de bossen bij Nijverdal. De zon schijnt, de vogels kwetteren en de eerste groene blaadjes tonen zich voorzichtig aan de wereld. We wandelen op de bonnefooi en zien wel waar we uitkomen.

Opeens staan we voor een grote begraafplaats met Canadese oorlogsslachtoffers uit WOII. Er staat een informatiecentrum naast, we gaan naar binnen. Niet omdat dat zo leuk is, maar omdat het móet.

Mijn keel knijpt dicht als ik de filmbeelden zie van veteranen die vertellen over de gruwelen die ze meegemaakt hebben. Eén voor één barsten ze in tranen uit over de oorlogsdaden die ze hebben moeten uitvoeren. Daden die hen hun hele leven hebben achtervolgd.

Ik lees over Oekraïense militairen, ooit geëmigreerd naar Canada, die in WOII meegevochten hebben met de geallieerden. Om Europa te bevrijden. Ik voel mijn woede toenemen over de houding van de NAVO die, nu Oekraïne zelf aangevallen wordt, niet bereid is te vechten voor hún vrijheid.

We wandelen verder. De zon is verdwenen, de vogels zijn stil, in de verte is het geluid van bombardementen te horen.

Een gedicht gaat de wereld rond

Rusland is de Oekraïne binnengevallen. De gevolgen daarvan zijn groot. In de allereerste plaats voor de Oekraïners die van de ene dag op de andere voor hun leven moeten vrezen. De beelden in de media spreken voor zich. De wereld is geschokt en staat op tegen Poetin, de aanstichter van het kwaad. 

Iedereen doet dit op zijn eigen manier. Sommigen (velen!) door te demonstreren, kleding en voedsel in te zamelen of geld over te maken naar giro 555. Anderen door te schrijven. Dat laatste doet Lojze Wieser, een Oostenrijkse schrijver en dichter. Hij schreef dit gedicht over de oorlog in Oekraïne. Het is inmiddels in 70 talen vertaald en gaat de wereld rond.

Dit is mijn vertaling.

Alle vertalingen zijn te lezen op de website van Lojze Wieser: Ein Gedicht geht um die Welt en op zijn Fb pagina.

Hoe woorden kunnen verbinden.