Zoute haring

De kerk is voor driekwart leeg, veel mensen durfden niet te komen en kijken thuis via de stream mee. De afscheidsdienst is er niet minder aangrijpend door. Ook met weinig mensen kunnen veel dierbare herinneringen gedeeld worden.

Na afloop wordt er gecondoleerd en staan er broodjes en snacks klaar. Er is veel te veel voor de weinige aanwezigen, dus de dames van de catering lopen steeds opnieuw langs met schalen vol lekkers. Toastjes filet americain, garnalencocktail en vlammetjes. Eten moeten we of we willen of niet.

Als ze tot slot ook nog langskomen met in mootjes gesneden haring met een prikkertje erin, benijd ik de mensen die thuis veilig achter de stream zitten: zij hoeven niet bang te zijn dat hun tranen naar haring gaan smaken.

Sporen

Ik laat de hond uit in een witte wereld. Er zijn me al wat mensen, honden en fietsen voorgegaan. De pootafdrukken aan de rechterkant van de weg zijn van Benthe. Die herken ik uit duizenden.

Ik loop vaak over deze weg, hij brengt me naar het weiland waar Benthe vrij kan rondrennen. We hebben samen al heel wat schoen- en pootafdrukken achtergelaten. De meeste onzichtbaar, behalve als er modder op de weg ligt.

Zodra de sneeuw gesmolten is, zijn de sporen verdwenen. Of zou de aarde onthouden wie hier gewandeld, gefietst en gerend hebben? Misschien blijven onze sporen wel bestaan, ook als we er niet meer zijn. Een troostrijke gedachte.

Voor Loes

Drank en chocola

Voor het eerst in weken moest ik naar de stad. Ik had een essentiële reden om naar de opticien te gaan en dat mag van Rutte. De stad was in mineur. Leegstaande panden met bordjes Te Huur erop, een uitgestorven Vismarkt, geen student te bekennen. Het voelde als een stad in winterslaap.

Het weer was guur en de behoefte aan iets warms groot. Maar nergens was een koffietentje te bekennen dat zichzelf tot essentieel had verklaard. Mag niet van Rutte.

Op de terugweg naar het station passeerde ik een slijterij en een bonbonwinkel. Allebei open. Drank en chocola om je door de lockdown te slepen. Mag wel van Rutte. Met een tas vol bonbons en vijf flessen Beerenburg ging ik huiswaarts.

Ik hou het wel vol tot 9 februari. Rutte niet.

Een ree in de mist

De wereld is nog leeg en stil, als ik na een nacht met teveel vuurwerk mijn rondje loop met de hond. De mist hangt laag over het land, in de verte staat een ree, nog net zichtbaar. Hij kijkt onze kant op, hij heeft ons allang gespot.

Reeën hebben geen weet van kalenders, zij weten niet dat het 2021 is geworden. Elk jaar is voor een ree hetzelfde. Eten, slapen en voortplanten, dat is het wel zo’n beetje. Tot de reeënhemel roept.

Ik weet wél dat het 1 januari 2021 is. En zoals iedereen begin ik het nieuwe jaar met goede voornemens, die ik vervolgens een jaar lang met me mee sleep. Daarom wou ik dat ík die ree was die een vrouw spotte met haar hond. Dan hoefde ik niks anders te doen dan eten, slapen en voortplanten.